Er zijn in Nederland zo’n 10.000 klimmers, waarvan 75% wel eens te maken heeft gehad met klachten aan de hand, pols of arm. Klimmers belasten hun handen ontzettend zwaar, waardoor ze snel te maken  krijgen met blessures. Bij bouldergym Gropo houden we een tweewekelijks inloopspreekuur. We inventariseren dan je klachten en geven je tips of het advies om te starten met handtherapie.

Veelvoorkomende handblessures bij klimmers zijn:

Partiële of complete ruptuur van een pulley.
Hierbij scheurt er een bandje dat dwars over de pees loopt, we hebben hier meerdere van. Wanneer dit gebeurt bemerk je meestal een knapje tijdens het klimmen, waarna er pijn ontstaat  aan de handpalm zijde van de vinger. Wanneer de pulley, ook wel ringbandje genoemd, scheurt bij een tenduegreep (open greep) ontstaat de pijn vaak tussen het middelste en het laatste gewricht van de vinger. Bij een arqué (crimp) is dit iets lager, onder het middelste gewricht van de vinger.

De behandeling hangt af van de mate van beschadiging van de pulley, dit is goed te zien op een echo. Deze kunnen wij zelf op de praktijk maken.

Wanneer één of meerdere bandjes gescheurd zijn leren we je een tapetechniek en krijg je in sommige gevallen een beschermring. Daarnaast krijg je na 2-4 weken rust een oefenprogramma waarbij je heel geleidelijk de pezen en bandjes weer mag belasten. Mathieu Ceron (trainer en fysiotherapeut van het Nederlands klim- en boulderteam) heeft dit programma ontwikkeld. Op zijn website deklim.site vind je meer informatie over klimmen en klimblessures.

Overbelasting van de buigpezen van de vingers.
Wanneer de peesschede geïrriteerd is door de zware belasting noemen we dit tendovaginitis van de flexorpezen. In de volksmond wordt vaak gesproken over een ‘klimvinger.’

Heel anders dan bij een pulleyruptuur ontstaan deze klachten geleidelijk. Deze pezen aan de binnenzijde van de vingers kunnen zwellen en het maken van een vuist kan pijnlijk zijn. Ook kunnen de buigpezen gevoelig zijn wanneer erop gedrukt wordt. Rust is de beste oplossing hiervoor en het aanpassen van je klimtechniek kan helpen bij het herstel. Soms wordt er een injectie gegeven met een ontstekingsremmend middel.

Wanneer er een nodus (bultje) in de pees ontstaat kan het zijn dat je vinger gaat hokken, we spreken dan van een triggerfinger,je voelt dan een verdikking in de handpalm.  Je leest hier meer over onder het kopje triggerfinger.

Het scheuren van een intrinsieke  handspier.
Wanneer je aan één vinger hangt en je voelt een knapje dan kan het zijn dat één van de intrinsieke handspieren verrekt of gescheurd is.  We noemen dit een lumbrical tear of shift. Ook dit is op een echo goed te diagnosticeren, je wordt behandeld met  tape en mag 2-4 maanden geen greep meer doen met één vinger.

Elleboogblessures
Hoewel handblessures het de meest problemen geven bij klimmers, staan elleboogblessures op een goede tweede plaats. Veelvoorkomend zijn epicondylitis lateralis; een overbelastingsprobleem van de strekkers van de pols en vingers, deze hechten aan op de buitenzijde van de elleboog. Daarnaast komt epicondylitis medialis ook veel voor, dit is een irritatie van de binnenzijde van de elleboog, hier hechten de polsbuigers en vingerbuigers aan. Ook voor deze elleboogklachten kunt u bij ons terecht.

Het verrekken van de binnen of buitenbanden van een vingergewricht of fracturen bij voornamelijk jonge klimmers komen ook regelmatig  voor.